
U loopt
in een wildvreemd land op een wildvreemd station, uitgestorven.
U ziet rook opkrinkelen en denkt: ik moet hier weg. U leest de
taal niet, dus zoekt u naar een plaatje van de uitgang. Daar ziet
u een grote pijl, u rent in de richting, daar ziet u ’m weer,
u rent verder en u komt terecht in de ….
U komt terecht in het
stationsgebedshuis, want de conventie in dit land wil dat een
grote pijl altijd wijst naar het dichtstbijzijnde gebedshuis.
Zo blijkt maar weer dat ontwerpers denken (geloven?) dat hun pictogrammen,
want dat was die pijl, universeel zijn, dat iedereen ze hetzelfde
interpreteert. De praktijk is dramatisch anders. Weet u bijvoorbeeld
wat het bovenstaande pictogram betekent?

Ah,
u hebt het gevonden. Hoeveel moeite kostte dat nou? Wetenschappelijk
onderzoek (Freudenthal, A., 1999) heeft uitgewezen dat ouderen
van 55+ slechts enkele pictogrammen kennen die worden gebruikt
op huishoudelektronica. Voor- en achteruitspoelen, harder en zachter,
toonregeling, dat werd begrepen. Een strijkijzertje voor ‘droog
strijken’ in de context van de was, dat ging ook nog wel. Maar
dan hield het op. De ‘grillstand’ of de ‘convectiestand’ op een
oven? Niemand wist het. Een ‘koptelefoontje’ voor de aansluiting
van een koptelefoon op een videorecorder, sommigen dachten dat
je een lamp kon aansluiten, die kwamen nog het dichtste bij. Kleuren?
Niet alleen kleurenblinden, maar iedereen wist niet wat ze zouden
kunnen betekenen. Ja, het pictogram werd door de niet-kleurenblinden
makkelijker gevónden, maar dat was het dan ook. Dat www-pictogram,
trouwens, is ook nog maar net bedacht.
En toch, en toch, worden
gebruikers van de informatietechnologie en de telecommunicatie
geacht honderden pictogrammen te herkennen, te interpreteren en,
nog veeleisender, correct te gebruiken. Kijkt u maar naar de interface
van uw tekstverwerker. U ziet al die pictogrammen wel die op de
knoppen zitten, maar kent u ze ook? Gebruikt u die knoppen wel,
of gaat u altijd even naar het menu, waar tenminste woorden worden
gebruikt. In een bruikbaarheidsonderzoek van nieuwe software (Rosenbaum
en Bugental, Technical Communication, Fourth Quarter 1998) werden
81 verschillende pictogramontwerpen getest. De proefpersonen moesten
opschrijven wat ze dachten dat een pictogram betekende vóórdat
ze het de eerste keer gingen gebruiken. Het venster waarin het
pictogram moest werden gebruikt, werd van te voren uitgelegd.
Na de vrije tekst moesten ze nog eens uit een multiple choice-lijst
(vijf keuzes) proberen de juiste betekenis van diezelfde pictogrammen
aan te geven. Het resultaat was dat in 47% van de gevallen het
gegeven antwoord volledig verschilde van de bedoelde betekenis.
De moraal? Leg alle pictogrammen
uit in de handleiding, de on-linehelp of andere documentatie.
Goed voor de gebruiker, en… goed voor TechText. Ja denkt u: @#&!
(duizend-bommen-en-granaten; Hergé, Kuifje, alle verhalen). En
u hebt gelijk, het was ook niet serieus bedoeld. Wanneer u TechText
vroegtijdig inschakelt, kunnen wij behulpzaam zijn met adviezen
over de pictogrammen van de interface. En met die adviezen beogen
wij de documentatie drastisch te beperken, en ook het aantal pictogrammen.
Goed voor de gebruiker, en… goed voor u. Overigens, pictogrammen
zijn in het Engels ‘icons’. De voornaamste betekenis van icoon
is in het Nederlands nog altijd de afbeelding van een heilige,
vooral bekend uit de orthodoxe kerk, ontloken in Byzantium, voortgezet
in met name Griekenland en Rusland. Ze waren soms van klein formaat,
speciaal bedoeld voor op reis. Een icoon was niet zo maar een
symbool, het moest een precies gelijkend portret van de heilige
in kwestie zijn. Kom daar nog maar eens om in de huidige tijd,
waar een pictogram een wegwijzer zou moeten zijn, maar in sommige
gevallen wijzer weg kan.