Hebt u wel iets te zeggen op internet?
De inhoud dondert wel degelijk

Het was in de dagen dat internet
een hoge vlucht begon te nemen, dat TechText werd gebeld door
meneer X. 'Dag meneer X, wat kunnen wij voor u doen?'
'Ja kijk, ik heb een website geopend over zorgverlening, en nou
dacht ik: als TechText eens naar teksten keek.'
'U wilt teksten die u al hebt, laten redigeren voor internet?'
'Nee, ik bedoel... 't Is zo: ik heb eigenlijk nog geen teksten.'
--'O, u wilt speciaal teksten laten schrijven.
Dat kan. Dan bekijken we samen met u wat er al ligt. Met aanvullende
interviews krijgen we allicht een goede basis. Hebt u al thema's
op het oog?'
--'Neenee, dat wordt allemaal veel te duur. Als u zelf eens naar
teksten keek, begrijpt u? Op internet…'
--'Wat bedoelt u, meneer X?'
--'Nou, als u gewoon wat van andere websites... En dat dan een
beetje herschrijft, zodat het niemand opvalt? Er zijn zo veel
tijdschriften en sites over gezondheid en zo.'
--'Is dat wel netjes, meneer X? En wilt u dan niet zelf bepalen
wat er op uw website komt?'
--'Neenee, dat dondert niet. Die site moet in de lucht, ik heb
gewoon content nodig.'
Content! Ook toen al. En kijken we eens kritisch
naar de websites die we zoal op internet tegenkomen, dan zien
we dat die content nog steeds voor veel aanbieders een probleem
is. Is daar een remedie voor? TechText denkt van wel.
Content - we zeggen voortaan gewoon inhoud - is
een van de vier aspecten waarover elke eigenaar van een website
moet nadenken. De andere drie zijn doel, ontwerp en gebruiksgemak
van de site. In grote lijnen geldt dat de inhoud van een website
afhangt van het doel, zoals naamsbekendheid krijgen, iets verkopen,
informatie verstrekken. Het ontwerp moet dit doel ondersteunen
én de inhoud leesbaar maken; het bepaalt zowel de uitstraling
van de site als de opmaak van de tekst.
Het gebruiksgemak is gebaat bij een overzichtelijke
structuur en duidelijke navigatie tussen (onderdelen van) webpagina's,
maar ook bij een goede doorzoekbaarheid of een niet mis te verstane
domeinnaam. Het ontwerp heeft hierop grote invloed: ten gunste,
maar mogelijk ook ten nadele.
Als het doel van een website bepaald is, komt
de inhoud aan de beurt.

Zoals alle tekst, kunnen we
ook de inhoud van een site op bepaalde criteria beoordelen. De
inhoud moet geschikt zijn voor het doel, hij moet consistent zijn
en natuurlijk ook correct. Daarnaast brengt de aard van een website
mee dat we de inhoud op nog twee andere criteria beoordelen: de
actualiteit ervan en de manier waarop de tekst wordt onderhouden.
Eerst de geschiktheid. De grote vraag is: moet
deze inhoud wel op internet? Misschien is een tijdschrift beter,
of een brochure, of een strooifolder. Is de inhoud wel geschikt
voor de doelgroep? Hier worden heel wat elementaire fouten gemaakt.
Een bedrijfs-site om consumentengoederen te verkopen, met een
hele verhandeling over het koersverloop van het aandeel. Een overheids-site
om de burgers te informeren, waarop alleen maar ambtelijke taal
wordt uitgekraamd. Dan de geschiktheid van de inhoud om te communiceren
via een beeldscherm. Dat vereist: geen lange zinnen, geen lappen
tekst. Kort en krachtig, zo luidt de boodschap.
Ten tweede, de consistentie. Het is niet moeilijk
om op een website dingen te 'vergeten'. Er is al een nieuwe catalogus
uit, maar de bezoekers kunnen ook nog steeds de oude catalogus
downloaden. Wat misverstanden over de geldende prijs veroorzaakt.
Het telefoonnummer van de helpdesk staat correct op de welkomstpagina,
maar op de overzichtspagina (lekker handig alles bij elkaar) staat
nog het nummer dat verleden jaar al werd opgeheven. Dat 'open
huis' op tweede pinksterdag is in de dagbladpers intussen voor
na de zomer aangekondigd. De inhoud van de website, kortom, moet
sporen met de overige informatie die een organisatie naar buiten
brengt.
Ten derde, de correctheid. Natuurlijk, ook de
inhoud die via andere media gepubliceerd wordt, moet kloppen.
Maar een websurfer is altijd wat argwanender. Wie zijn creditkaart
gebruikt, wil niet dat het betalingsprogramma halverwege vastloopt,
vooral niet als het nummer al is ingetikt. Links die op de site
staan, moeten werken. Het e-mailadres moet echt bestaan. En dat
zijn nog maar de kleine ergernissen. Als een website directe informatie
belooft, wil de gebruiker die niet in twintig stappen hoeven downloaden.
Als een applicatie iets voor de gebruiker uitrekent, moet het
resultaat niet naderhand terzijde worden geschoven met de opmerking
'het was maar een indicatie'.
Ten vierde, de actualiteit. Een website hoeft
geen krant te zijn, maar een jaarboek is weer het andere uiterste.
Niets is slordiger dan een site die al weken niet is bijgewerkt.
Je gaat naar de website van een bedrijf waarvan je weet dat de
topman gewipt is: kijk, daar staat hij nog prominent bovenin het
organogram. De zomercollectie is al uit: op de website is het
voorjaar nog niet eens aangebroken. De meeste websites zijn geen
echte nieuws-sites, maar enige synchronisatie met andere media
is natuurlijk wel gewenst.
Ten slotte, hoe wordt de inhoud samengesteld en
onderhouden? Dit blijkt nogal eens zó georganiseerd te zijn dat
een slechte score op andere criteria niet kan uitblijven. Daarom
zult u, behalve een technisch verantwoordelijke, de webmaster,
ook een inhoudelijk verantwoordelijke voor de website moeten aanwijzen.
Deze webhoofdredacteur moet erop kunnen rekenen dat alle relevante
informatie zijn kant op komt. En zelf moet hij actief aan de slag.
Hij moet een proces inrichten om de inhoud waarvoor hij verantwoordelijk
is actueel te houden, of correct. In sommige gevallen kan dat
zelfs betekenen het voortvarend afsluiten van pagina's die niet
langer relevant zijn of het met onmiddellijke ingang buiten werking
stellen van slecht werkende applicaties.
Herkent u zich in een van bovengeschetste situaties?
Niet getreurd: het overkomt meer organisaties, én er is heel wat
aan te verhelpen. En herkent u zichzelf niet, kijk dan toch eens
kritisch naar uw eigen website. Als de bezoekers daar meer dan
eens niets van hun gading vinden, concluderen ze al snel dat u
ze niets te zeggen hebt.