Maken we een kapitale vergissing?
Digitale ellende

In de film 'Earth Girls Are
Easy' van regisseur Julien Temple, uit 1989, houdt een van de
aliens die zijn geland in het zwembad van Geena Davis een
cd’tje bij zijn oor. Je kunt aan 'm zien dat hij iets waarneemt.
Maar of dat muziek is...?
Wij aardbewoners horen niets aan een cd als die
niet in een speler zit. Hoe moet dat dan als in het jaar 2202
cd- en dvd-spelers allang op de schroothoop van de beschaving
zijn beland? Is een cd voor de mensheid dan nog wel toegankelijk?
De evolutie heeft aan twee eeuwen waarschijnlijk niet genoeg om
ons dezelfde zintuigen te geven als die van alien Jim Carrey.
Maken we een onherstelbare vergissing door alles wat los en vast
zit te digitaliseren?
Beeld- en geluiddragers hebben sinds de 19de eeuw
een breed uitwaaierende ontwikkeling doorgemaakt. Geschreven tekst
even uitgesloten, waarvoor papier nu nóg de belangrijkste drager
is. Voor beeldmateriaal zijn er nieuwe dragers bijgekomen. Er
zijn ook geheel nieuwe technieken uitgevonden om beeld te vervaardigen.
Foto, film en televisie zijn tussen 1810 en 1940 ontstaan. Als
dragers kwamen glasplaatnegatief, celluloid en later de minder
brandbare kunststoffen, maar ook allerlei metaalsoorten hun bijdrage
leveren. Na 1940 deed de beeldtape zijn intrede.
Wat geluid betreft, is de jongste geschiedenis
van het vastleggen nog veel dramatischer geweest. Tot aan de uitvindingen
van Bell en Edison had geluid zich nooit verder voortgeplant dan
de enkele kilometers die donderklappen afleggen. Gesproken woord,
concerten, dierengeluiden: alles ging binnen enkele seconden na
het ontstaan onherroepelijk verloren. Totdat Edison de eerste
wasrollen vulde. Daarna volgden de wasplaten, ponsrollen (voor
pianola en straatorgel), het vinyl voor grammofoonplaten en de
geluidstape.

Alle dragers die in de vorige
twee alinea’s zijn genoemd, hebben één ding gemeen: ze zijn analoog.
Als je naar een fotonegatief of een filmrol kijkt, zie je een
plaatje. De spiraal in een vinyl- of wasplaat volgt precies het
geluid dat is opgenomen. Ook op tape worden de metaaldeeltjes
op analoge wijze gerangschikt. De gaten in een ponsrol zijn groter
of kleiner dan wel op een andere afstand van elkaar, analoog aan
de weer te geven muziek.
De opkomst van de computer na 1940 valt samen
met de opkomst van de digitale opslag van informatie. Na 1980
werd digitale opslag ook toegepast voor muziek, en al gauw ook
voor beeld. De cd, cd-rom, video-cd en nu de dvd werden ontwikkeld.
Korte tijd werd de oorspronkelijke productie nog wel analoog opgenomen
en opgeslagen. Alleen de verspreiding vond digitaal plaats. Nu
wordt meestal alles digitaal gedaan. Waarom is dit in de toekomst
een potentieel gevaar voor de bruikbaarheid van het materiaal?
Denken we terug aan hoe vroeger (re)producties
van tekst en beeld werden gemaakt. Altijd met de hand. Soms in
enkele stuks, zoals bij een originele tekening of schilderij.
Soms in meervoud, zoals bij het Japanse houtblok of de etsplaat.
In de middeleeuwen werden boeken door monniken gekopieerd en dikwijls
van originele versieringen voorzien. Ook bij de latere drukpers
kwam ongelooflijk veel handwerk te pas. En altijd waren het de
ogen van de mens die naar het te (re)produceren materiaal keken
en daarna via de hersenen de handen aanstuurden. Of het nu ging
om overschrijven, om natekenen of om het zetten van letters. Bij
modernere druk- en reproductietechnieken is de functie van de
ogen vaak overgenomen door lenzen en camera’s. De hersenen zijn
vervangen door software, de handen door robots. Maar nog steeds
zijn de tussenfasen analoog: wat er op de rol van een tegenwoordige
vlakdrukpers staat, is nog steeds voor onze ogen als tekst of
beeld herkenbaar.
Maar hoe zit het nou met het reproduceren van
recent analoog materiaal, zeg een lp? Daarvoor moeten we terug
naar uw jeugd. Herinnert u zich nog het krassende maar herkenbare
geluid dat het afdraaien van een grammofoonplaat opleverde, ook
al had u de pick-up nog niet op de versterker aangesloten? Maak
een afdruk van de lp in stolbaar materiaal, maak ook daar weer
een afdruk van en u hebt een perfecte kopie die weer met een naald
tot leven kan worden gewekt.
Hoe anders is de situatie met digitale opname
en opslag! De informatie die wordt opgeslagen, is te karakteriseren
als rijen, rijen en nog eens rijen van afwisselend ‘niets’ en
‘iets’. Het waren toch ‘nullen’ en ‘enen’, meent u zich te herinneren.
Ja, zo zou je de informatie kunnen representeren. Maar op een
cd is sprake van niet of wel spiegelende vlakjes, waartegen een
laserstraal niet of wel reflecteert. De effecten hiervan worden
in de cd of dvd-speler omgezet in analoge elektronische informatie
die door de versterker kan worden verwerkt. Met geen mogelijkheid
zult zelf u ooit de op een cd opgeslagen informatie door kijken,
luisteren, proeven, ruiken of voelen te voorschijn kunnen halen.
En de situatie is bij enig doordenken nog schrijnender.
Stel dat de mensheid al haar technische kennis verliest. Na eeuwen
komt er een filmrol boven water. Door te kijken kan ons nageslacht
nog steeds zien dat er beeldjes op staan. Nu vinden ze een cd
of dvd. Wat is dat nou? Een leuk zilveren rondje, anders niet.
Een leven als spiegel of onderzetter is voor het schijfje misschien
nog weggelegd, maar niemand zal ooit nog kunnen achterhalen dat
er eigenlijk de film 'Earth Girls Are Easy' op staat.
Toch is er wel iets aan dit ongeëvenaarde verlies
te doen. Alleen kost die oplossing onwaarschijnlijk veel papier.
Elke keer dat vanaf nu een productie digitaal wordt opgenomen
of voor de eerste keer digitaal wordt gereproduceerd, is het verplicht
de informatie in een parallelle activiteit af te drukken. Inderdaad,
dat worden duizenden vellen met alleen maar ‘nullen’ en ‘enen’.
Stelt u zich eens voor dat na de catastrofe alleen deze vellen
bewaard zijn. Uit de meegeleverde handleiding maken de overlevenden
op dat er waardevolle informatie op staat die het kopiëren waard
is. Het afschrijven van al die ‘nullen’ en ‘enen’, dat wordt pas
echt monnikenwerk.