TechText: Home

TechText: Digitale ellende

English/Engels  

 

 

 

 

 

Bedrijfsprofiel
Welkom bij onze diensten
Portfolio
Offertes
Vacatures
Nieuwskaarten

 

 

Nieuwskaart 7 - najaar 2002

Maken we een kapitale vergissing?

Digitale ellende

In de film 'Earth Girls Are Easy' van regisseur Julien Temple, uit 1989, houdt een van de aliens die zijn geland in het zwembad van Geena Davis een cd’tje bij zijn oor. Je kunt aan 'm zien dat hij iets waarneemt. Maar of dat muziek is...?

Wij aardbewoners horen niets aan een cd als die niet in een speler zit. Hoe moet dat dan als in het jaar 2202 cd- en dvd-spelers allang op de schroothoop van de beschaving zijn beland? Is een cd voor de mensheid dan nog wel toegankelijk? De evolutie heeft aan twee eeuwen waarschijnlijk niet genoeg om ons dezelfde zintuigen te geven als die van alien Jim Carrey. Maken we een onherstelbare vergissing door alles wat los en vast zit te digitaliseren?

Beeld- en geluiddragers hebben sinds de 19de eeuw een breed uitwaaierende ontwikkeling doorgemaakt. Geschreven tekst even uitgesloten, waarvoor papier nu nóg de belangrijkste drager is. Voor beeldmateriaal zijn er nieuwe dragers bijgekomen. Er zijn ook geheel nieuwe technieken uitgevonden om beeld te vervaardigen. Foto, film en televisie zijn tussen 1810 en 1940 ontstaan. Als dragers kwamen glasplaatnegatief, celluloid en later de minder brandbare kunststoffen, maar ook allerlei metaalsoorten hun bijdrage leveren. Na 1940 deed de beeldtape zijn intrede.

Wat geluid betreft, is de jongste geschiedenis van het vastleggen nog veel dramatischer geweest. Tot aan de uitvindingen van Bell en Edison had geluid zich nooit verder voortgeplant dan de enkele kilometers die donderklappen afleggen. Gesproken woord, concerten, dierengeluiden: alles ging binnen enkele seconden na het ontstaan onherroepelijk verloren. Totdat Edison de eerste wasrollen vulde. Daarna volgden de wasplaten, ponsrollen (voor pianola en straatorgel), het vinyl voor grammofoonplaten en de geluidstape.

Alle dragers die in de vorige twee alinea’s zijn genoemd, hebben één ding gemeen: ze zijn analoog. Als je naar een fotonegatief of een filmrol kijkt, zie je een plaatje. De spiraal in een vinyl- of wasplaat volgt precies het geluid dat is opgenomen. Ook op tape worden de metaaldeeltjes op analoge wijze gerangschikt. De gaten in een ponsrol zijn groter of kleiner dan wel op een andere afstand van elkaar, analoog aan de weer te geven muziek.

De opkomst van de computer na 1940 valt samen met de opkomst van de digitale opslag van informatie. Na 1980 werd digitale opslag ook toegepast voor muziek, en al gauw ook voor beeld. De cd, cd-rom, video-cd en nu de dvd werden ontwikkeld. Korte tijd werd de oorspronkelijke productie nog wel analoog opgenomen en opgeslagen. Alleen de verspreiding vond digitaal plaats. Nu wordt meestal alles digitaal gedaan. Waarom is dit in de toekomst een potentieel gevaar voor de bruikbaarheid van het materiaal?

Denken we terug aan hoe vroeger (re)producties van tekst en beeld werden gemaakt. Altijd met de hand. Soms in enkele stuks, zoals bij een originele tekening of schilderij. Soms in meervoud, zoals bij het Japanse houtblok of de etsplaat. In de middeleeuwen werden boeken door monniken gekopieerd en dikwijls van originele versieringen voorzien. Ook bij de latere drukpers kwam ongelooflijk veel handwerk te pas. En altijd waren het de ogen van de mens die naar het te (re)produceren materiaal keken en daarna via de hersenen de handen aanstuurden. Of het nu ging om overschrijven, om natekenen of om het zetten van letters. Bij modernere druk- en reproductietechnieken is de functie van de ogen vaak overgenomen door lenzen en camera’s. De hersenen zijn vervangen door software, de handen door robots. Maar nog steeds zijn de tussenfasen analoog: wat er op de rol van een tegenwoordige vlakdrukpers staat, is nog steeds voor onze ogen als tekst of beeld herkenbaar.

Maar hoe zit het nou met het reproduceren van recent analoog materiaal, zeg een lp? Daarvoor moeten we terug naar uw jeugd. Herinnert u zich nog het krassende maar herkenbare geluid dat het afdraaien van een grammofoonplaat opleverde, ook al had u de pick-up nog niet op de versterker aangesloten? Maak een afdruk van de lp in stolbaar materiaal, maak ook daar weer een afdruk van en u hebt een perfecte kopie die weer met een naald tot leven kan worden gewekt.

Hoe anders is de situatie met digitale opname en opslag! De informatie die wordt opgeslagen, is te karakteriseren als rijen, rijen en nog eens rijen van afwisselend ‘niets’ en ‘iets’. Het waren toch ‘nullen’ en ‘enen’, meent u zich te herinneren. Ja, zo zou je de informatie kunnen representeren. Maar op een cd is sprake van niet of wel spiegelende vlakjes, waartegen een laserstraal niet of wel reflecteert. De effecten hiervan worden in de cd of dvd-speler omgezet in analoge elektronische informatie die door de versterker kan worden verwerkt. Met geen mogelijkheid zult zelf u ooit de op een cd opgeslagen informatie door kijken, luisteren, proeven, ruiken of voelen te voorschijn kunnen halen.

En de situatie is bij enig doordenken nog schrijnender. Stel dat de mensheid al haar technische kennis verliest. Na eeuwen komt er een filmrol boven water. Door te kijken kan ons nageslacht nog steeds zien dat er beeldjes op staan. Nu vinden ze een cd of dvd. Wat is dat nou? Een leuk zilveren rondje, anders niet. Een leven als spiegel of onderzetter is voor het schijfje misschien nog weggelegd, maar niemand zal ooit nog kunnen achterhalen dat er eigenlijk de film 'Earth Girls Are Easy' op staat.

Toch is er wel iets aan dit ongeëvenaarde verlies te doen. Alleen kost die oplossing onwaarschijnlijk veel papier. Elke keer dat vanaf nu een productie digitaal wordt opgenomen of voor de eerste keer digitaal wordt gereproduceerd, is het verplicht de informatie in een parallelle activiteit af te drukken. Inderdaad, dat worden duizenden vellen met alleen maar ‘nullen’ en ‘enen’. Stelt u zich eens voor dat na de catastrofe alleen deze vellen bewaard zijn. Uit de meegeleverde handleiding maken de overlevenden op dat er waardevolle informatie op staat die het kopiëren waard is. Het afschrijven van al die ‘nullen’ en ‘enen’, dat wordt pas echt monnikenwerk.

 

Copyright © 2002 TechText bv